Net als bij andere budodisciplines vormen etiquette bij judo een belangrijk onderdeel. Het is terug te vinden bij alle onderdelen van het judo.
Geschiedenis
De etiquette bij het judo vinden hun oorsprong in het feodale Japan. In deze tijd waren de etiquette van levensbelang. Samoerai hadden verschillende rechten. De bekendste waren de hantorei (het recht om een daisho, twee zwaarden, te dragen) en girisute gomen. Dit kan worden vertaald met ‘het recht om te snijden en door te lopen’. Het hield in dat een samoerai het recht had om iemand van een lagere klassen te doden als deze niet genoeg respect toonde.
Verder kon een belediging van een andere samoerai reden zijn voor een duel. Zo was een botsing tussen saya’s (saya ate) reden voor een duel. Het was niet ondenkbaar dat zo’n duel eindigde met de dood van een van de duellisten.
Groeten
Groeten is het meest bekende onderdeel van de etiquette bij het judo. Zo wordt er gegroet aan het begin en het eind van de les. Ook is het gebruikelijk om te groeten bij het betreden of verlaten van de mat of dojo, net als wanneer je begint of stopt met iemand te trainen.
Wapens
Hoewel judo is ontstaan uit de ongewapende krijgskunst ju jutsu, worden er wel degelijk wapens gebruikt. Een voorbeeld hiervan is het kime no kata, waarbij het zwaard en mes worden gebruikt.
Samoerai geloofden dat hun ziel in hun zwaard zat. Ze behandelden daarom hun zwaard met veel respect. Daarnaast symboliseerde het zwaard hun status, want samoerai waren de enige die zwaarden mochten dragen.
Het is zeer onbeleefd om over iemands wapens te stappen. Het is daarom aan te raden je wapens langs de muur te leggen. Hierdoor verklein je de kans dat er iemand op gaat staan of er overheen stapt. Ook is het onbeleefd om zonder toestemming iemands wapens te pakken. Soms kan het gebeuren dat je toestemming krijgt om het wapen van iemand te bekijken.